Nieuwe hervorming van de werkloosheidsuitkering in België levert debat op
De regering verwacht miljarden euro's te besparen, maar experts waarschuwen dat de werkelijke besparingen heel wat lager uit kunnen vallen

De Belgische overheid heeft een nieuwe hervorming van de werkloosheidsuitkeringen ingevoerd, met als doel om in 2025 zo’n 2 miljard euro te besparen. In 2027 zou dit zelfs oplopen tot 2,3 miljard euro. Toch zijn heel wat economen kritisch: zij wijzen erop dat deze bedragen veel te optimistisch zijn en dat de echte besparingen aanzienlijk lager kunnen liggen dan voorgesteld.
Econoom Bruno Colmant benadrukt dat het hierboven genoemde bedrag een brutobedrag is en dat de staat hoogstens 750 miljoen euro per jaar netto zal besparen. Volgens hem zal een groot deel van de mensen die hun recht op een werkloosheidsuitkering verliezen, moeten aankloppen bij het OCMW/CPAS voor sociale steun. Dit leidt tot bijkomende kosten die de oorspronkelijke besparingen fel zullen afzwakken. Ook andere experts delen deze bezorgdheid en waarschuwen dat de last uiteindelijk door heel de maatschappij gedragen zal worden.
De hervorming zorgt er immers voor dat veel werklozen hun toevlucht zullen zoeken tot de lokale sociale hulpinstanties. Jean Hindriks, eveneens econoom, wijst op het belang om deze mensen opnieuw aan werk te helpen: enkel zo kan de verhoging van de uitgaven op termijn gecompenseerd worden door meer mensen aan het werk. Lokale besturen zullen intussen extra middelen vrij moeten maken, bijvoorbeeld via hogere onroerende voorheffing, om het stijgende aantal steunaanvragen te kunnen verwerken. Hierdoor bestaat het risico dat de kosten van de hervorming op de hele samenleving worden afgewenteld.



