Trafiekboetes stijgen fors bij laattijdige betaling
Boetes die niet tijdig worden betaald, kunnen in korte tijd spectaculair oplopen, maar de rechtvaardigheid van deze verhogingen staat ter discussie

Bestuurders die hun trafiekboete niet op tijd betalen, krijgen te maken met snel stijgende schulden. Zo kan een snelheidsovertreding waarvan de oorspronkelijke boete 300 euro bedraagt, na acht weken met 50 procent stijgen tot 450 euro. Blijft de betaling verder uit, dan verdubbelt het bedrag na een tweede aanmaning zelfs tot 900 euro. Deze verhogingen zijn wettelijk vastgelegd en worden strikt toegepast.
Toch stellen sommige experts en politici zich vragen bij de eerlijkheid van dit systeem. Schuldenexpert Nadja Jungmann wijst erop dat wanneer privébedrijven geld innen, zij maximaal 15 procent extra op de schuld mogen aanrekenen, terwijl de overheid zichzelf geen limieten oplegt. Demissionair minister van Justitie Foort van Oosten benadrukt dat trafiekboetes een belangrijke inkomstenbron zijn voor de staatskas. Zo leverde een recente verhoging enkel vorig jaar al 135 miljoen euro extra op, waardoor de minister weinig voelt voor het verzachten van de boetes.
De oplopende boetes zorgen er in de praktijk voor dat steeds meer mensen in betalingsproblemen komen. Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), verantwoordelijk voor de inning van deze boetes, biedt sindskort wel meer flexibiliteit aan financieel kwetsbare mensen, zoals betalingsregelingen of het tijdelijk opschorten van de boete. Toch wijst advocaat Roelof de Nekker erop dat net deze groep mensen vaak niet durft contact op te nemen om hulp te vragen. Volgens Jungmann is het uiteindelijke probleem dat de politiek verantwoordelijk blijft voor de wetgeving en dus ook voor de verregaande verhogingen die het CJIB moet uitvoeren.




