Alım gücü in België blijft fors achter bij buurlanden sinds invoering euro
Uit een recente studie blijkt dat Belgische gezinnen beduidend minder vooruitgang geboekt hebben op vlak van koopkracht dan in de omliggende landen sinds de euro werd geïntroduceerd in 1999

Volgens een nieuwe studie van de econoom Eric Dor is de koopkracht van Belgische gezinnen sinds 1999 slechts met 21,5% gestegen. Ter vergelijking: in Luxemburg kwam die stijging op 40,3%, in Frankrijk op 33,8%, in Nederland op 32,7% en in Duitsland op 28,9%. Daarmee blijft België achter op het Europese gemiddelde, en doen enkel Italië, Griekenland en Oostenrijk het slechter qua koopkrachtgroei sinds de invoering van de euro.
Dor wijt de zwakke Belgische prestatie vooral aan het feit dat de lonen en het reële inkomen minder sterk stegen in vergelijking met de buurlanden. In ons land bedroeg de stijging van het reëel gemiddeld bruto loon tussen 1999 en 2024 slechts 8,1%, terwijl Frankrijk, Duitsland en Luxemburg tot meer dan 16% of zelfs 22% groei kwamen. Ook het aantal gewerkte uren nam in België minder toe dan elders.
Zelfstandigen in België zagen hun reëel inkomen per hoofd zelfs met 9,4% dalen en ook de inkomsten uit eigendom namen met 15,7% af, terwijl in de buurlanden net een stevige groei te zien was. Wat de belastingen betreft, stegen de gezinsbelastingen hier met 15,19%, beduidend minder dan bijvoorbeeld in Luxemburg (128,4%) en Nederland (104%). Volgens experten worden de loonstijgingen in België bewust begrensd om de concurrentiepositie niet te schaden, al blijft het gemiddeld bruto loon in ons land nog steeds tot de hoogste in Europa behoren.




