Loonkloof tussen vrouwen en mannen in België blijft 7 procent in 2023
Volgens recente cijfers van de Belgische Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) blijft het loonverschil tussen vrouwelijke en mannelijke werknemers onveranderd, ondanks eerdere dalingen.

Het loonverschil tussen vrouwen en mannen in België bleef in 2023 stabiel op 7 procent, berekend op basis van gecorrigeerde werkuren. De Belgische Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) maakte deze cijfers bekend en stelt dat wanneer er geen rekening wordt gehouden met het aantal gewerkte uren, het verschil zelfs oploopt tot 19,5 procent. Ondanks een dalende trend in vorige jaren – van 9,1 procent in 2019 naar 8 procent in 2021 – is er in 2023 geen vooruitgang geboekt ten opzichte van het jaar ervoor.
De loonongelijkheid verschilt opvallend per sector en statuut. In de privésector loopt het gecorrigeerde verschil op tot 10,1 procent, terwijl het in de publieke sector afneemt tot 3,9 procent. Vooral vrouwelijke arbeiders in de privésector lopen tegen de grootste kloof aan, met een loonverschil dat bijna 20 procent bedraagt. Gemiddeld verdient een vrouwelijke arbeider per uur een vijfde minder dan haar mannelijke collega in dezelfde functie en met gelijke voorwaarden.
Directeur Michel Pasteel van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen benadrukt dat vrouwelijke arbeiders bijzonder kwetsbaar zijn voor ongelijkheid. “Vrouwen die actief zijn in huishoudelijke hulp of productie werken vaak in moeilijke en slecht betaalde omstandigheden, meestal deeltijds,” verklaart hij. Woordvoerster Véronique De Baets wijst erop dat de RSZ-cijfers gebaseerd zijn op volledige Belgische gegevens en dat de berekening jaarlijks gebeurt, waarbij ook premies en deeltijdswerk nauwkeuriger worden meegenomen.




