Rapport: Vrouwen van buiten de EU botsen op structurele obstakels op de Belgische arbeidsmarkt
Nieuwe cijfers tonen dat niet-EU vrouwen veel moeilijker aan de slag geraken in België dan Belgische vrouwen, ondanks pogingen om barrières weg te werken

Volgens het jongste rapport van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen blijft het voor vrouwen met een migratieachtergrond van buiten de Europese Unie een zware uitdaging om een vaste plaats te veroveren op de Belgische arbeidsmarkt. Hun tewerkstellingsgraad ligt slechts op 49 procent, terwijl dat bij vrouwen van Belgische origine 75 procent is. Slechts een derde van het verschil valt te verklaren door meetbare factoren zoals opleidingsniveau; de rest wijst op diepgewortelde, structurele obstakels zoals taalvereisten en maatschappelijke uitsluiting.
Vooral de beheersing van het Nederlands of Frans vormt een grote barrière; veel werkgevers eisen kennis van de lokale taal, terwijl het leren daarvan extra moeilijk is wanneer tijd en financiële middelen beperkt zijn door familiale verplichtingen. Daarnaast kampen deze vrouwen met problemen rond de erkenning van buitenlandse diploma’s en werkervaring, aangezien in veel sectoren officiële Belgische attesten vereist zijn. Tijdelijke of informele jobs bieden zelden uitzicht op een duurzame carrière.
Discriminatie versterkt het probleem: kandidaten met een niet-EU achtergrond worden, ondanks gelijkwaardige vaardigheden, minder vaak uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Ze ervaren hierdoor zowel gender- als migratiegebonden discriminatie. Daarbovenop bemoeilijken traditionele gezinsrollen, een tekort aan betaalbare kinderopvang en onzekere werkstatuten hun deelname op de arbeidsmarkt. Het rapport roept op tot brede en concrete beleidsmaatregelen, zoals meer taalonderwijs, erkenning van buitenlandse diploma’s, flexibel werken en een nultolerantie voor discriminatie in aanwervingsprocedures.




