België werd één van Europa’s landen met de laagste spaarquote in tweeduizend vierentwintig
Het spaarpercentage van Belgische gezinnen bereikte een historisch dieptepunt, met opvallende regionale verschillen

Het spaargedrag van Belgische gezinnen heeft in 2024 een dieptepunt bereikt. Uit cijfers van zowel Eurostat als de Nationale Bank bleek dat de spaarquote in België zakte tot elf procent, het laagste niveau ooit gemeten. Sinds het midden van 2018 is de daling niet zo scherp geweest, terwijl het Europees gemiddelde uitkwam op veertien en een half procent en België vorig jaar nog op veertien komma één procent stond.
De forse terugval van ruim twee procentpunt in slechts één jaar tijd zorgt voor bezorgdheid onder economen en beleidsmakers. Experten wijzen erop dat Belgische huishoudens steeds minder geld opzij kunnen zetten door de aanhoudende inflatie, stijgende energieprijzen en hogere kosten voor levensonderhoud. Het verschil ten opzichte van andere Europese landen groeit hierdoor verder, waardoor België nu tot de landen met de laagste spaarquote in Europa behoort.
Opvallend zijn de regionale verschillen binnen het land. Terwijl het gezinsvermogen in Vlaanderen relatief stevig blijft met een spaarquote van zestien komma zeven procent, liggen de cijfers in Wallonië en Brussel veel lager. Waalse gezinnen spaarden gemiddeld slechts acht komma zeven procent van hun inkomen, terwijl Brusselaars met amper twee komma zes procent bijna niets overhielden aan het einde van de maand. Deze uiteenlopende percentages wijzen op aanzienlijke socio-economische verschillen tussen de verschillende regio’s in België.




